Arme boer niet gebaat bij monopolie Max Havelaar

Ik ben eigenlijk met reces tot medio april, maar kon het toch niet laten om met dit blogje in te spelen op de actualiteit. Volgende week doet de rechter uitspraak in een kort geding van Douwe Egberts tegen 2 gemeenten. Deze hebben in hun aanbestedingsprocedure voor koffieleveranciers de criteria dusdanig nauw gedefinieerd dat deze alleen passen binnen het Max Havelaar keurmerk. DE voert het Utz Certified keurmerk, komt daardoor niet in aanmerking en ziet haar inspanningen om de duurzaamheid binnen de koffiesector te bevorderen niet beloond. Dit lijkt me geen goede zaak.

De criteria van de gemeenten zijn gesteld alsof Max Havelaar de gouden standaard is voor duurzaamheid. Dat is natuurlijk niet zo. Er is van alles aan te merken op Max Havelaar: zo zijn de criteria in 20 jaar al niet meer veranderd, terwijl de praktijk en allerlei onderzoek best een aantal zwakke plekken hebben bloot gelegd. Onder andere dat door de vaste prijs de arme boer geen incentive heeft om een betere boer te worden. Maar ook de andere keurmerken hebben zo hun eigen voor- en nadelen. Binnen duurzaamheid is er geen heilige graal. Waar het om gaat is dat al deze keurmerken gestimuleerd worden om zichzelf te verbeteren.

Ik ben geen jurist, maar kan me niet aan de indruk onttrekken dat de marktwerking hier geweld wordt aangedaan. Indien de rechter oordeelt in het nadeel van DE, dan verkrijgt Max Havelaar een oneigenlijk voordeel ten opzichte van andere keurmerken, zoals Utz Certified en Rainforest Alliance. Max Havelaar claimt als het ware een monopolie op duurzaamheid doordat haar systeem door de gemeenten tot heilig wordt verklaard. En als ergens geen juiste stimulans vanuit gaat is het wel monopolievorming. Monopolies verbeteren zichzelf niet, maar worden bureaucratisch, lui en verliezen het belang van de ander uit het oog. Monopolisering van de keurmerkensector lijkt me dan ook alles behalve in het belang van de arme boer.

De gemeenten zouden er beter aan doen om de criteria niet te stellen op basis van de systeemkenmerken. Zij hebben immers geen verstand van zaken. Ze kunnen beter eisen stellen op basis van bewezen resultaten. Op die manier worden de diverse keurmerken gestimuleerd om te laten zien dat wij zij doen ook daadwerkelijk werkt. Interessant in dit verband is de conclusie van het Cidin onderzoek: Max Havelaar is een goed instaplabel voor boeren die voorzichtige stapjes op de wereldmarkt beginnen te zetten. Als ze vervolgens hun concurrentiepositie op die wereldmarkt een boost willen geven kunnen ze beter investeren in innovatie en kwaliteit zoals bij andere labels wordt gedaan.

Volg Ernesto Spruyt op Twitter

afbeelding van een bezoeker

markt

Als "de gemeenten geen verstand van zaken hebben", faalt de markt sowieso. Een van de basisvoorwaarden voor een vrije markt is volledige informatie. Stel dat men wel 'volledige kennis' zou hebben, dan is men vrij om de 'beste keuze' te maken en daar voor te betalen. Dat kán Max Havelaar zijn. Andere partijen hebben theoretisch (en waarschijnlijk ook praktisch) die kennis ook - in elk geval de eisen van de gemeente - en kunnen op die manier hun beleid aanpassen om concurrerender te worden.

afbeelding van Ernesto Spruyt

illusie van volledige kennis

Volledige kennis is nu eenmaal niet de praktijk. Gemeenten stellen aanvullende voorwaarden op een tenderprocedure zonder de gevolgen te kunnen overzien. De dynamiek van positieve verandering wordt verstoord en de arme boer is het slachtoffer.

Mag een gemeente in een aanbesteding bijvoorbeeld eisen dat de aanbieder laten we zeggen de kleur geel in het logo heeft? Terwijl ze weet dat maar een vd aanbieders dit heeft. Zou natuurlijk onzin zijn en ook marktverstorend. Het gaat erom dat de criteria relevantie hebben. In dit geval voor duurzaamheid. Dus moet je aantonen dat deze criteria het meest duurzame effect sorteren. En dat kunnen noch de gemeente, noch Max Havelaar. En nogmaals, de arme boer is dan het slachtoffer.